In Japan zijn tatoeages heel populair onder de Yakuza, de Japanse mafia. De Yakuza is een zeer machtige ondergrondse organisatie, die veel facetten van het Japanse leven overheerst.
In de 18e eeuw, toen het feodalisme in Japan begon te vervallen, hadden veel Samurai-krijgers ineens geen werk meer en verloren het aanzien dat ze tot dan toe in de Japanse maatschappij hadden genoten. Veel van hen sloten zich aan in criminele bendes, die de regels en gedragscodes van de Samurai-kaste bleven volgen. Tatoeages, voordien verboden en alleen voor criminelen gebruikt, werden hun trots en een teken van opstand.
Yakuza-tatoeages bevatten vaak de symbolen van speelkaarten, verwijzend aan een favoriete Yakuza-hobby: het gokken. Je ziet er ook vaak pioenen, chrysanthen, kersenbloesems en het blad van de esdoorn tussen, die allemaal een speciale betekenis hebben. Ook populair zijn afbeeldingen van Fudo, de boedhistische god van de onderwereld en de beschermheer van misdadigers, evenals andere goden die voor kracht staan. Vriendinnen en vrouwen van Yakuza-leden zijn vaak ook uitgebreid getatoeëerd. Daarmee tonen zij hun trouw aan een specifiek bendelid of aan de Yakuza-lifestyle in het algemeen.
Hoewel tatoeages tegenwoordig in Japan iets meer geaccepteerd beginnen te raken, en niet meer alleen in het kader van de Yakuza, is het nog steeds een goed idee om discreet te zijn en bij veel badhuizen en kuuroorden krijgen mensen met tatoeages geen toegang.