Vroeger lachten alleen boeren hardop, terwijl de aristocratie en de Samurai op een veel discretere manier lachten. Er is een eeuwen-oude opvatting dat je de ‘geheime holtes’ van je lichaam, zoals je mond, niet aan andere mensen hoort te laten zien. Daarbij zijn tanden meestal wit, zoals botten. Botten worden geassocieerd met de dood en daarom werden vroeger ook tanden met de dood geassocieerd en probeerde men ze in het dagelijkse leven niet te laten zien.
Blijkbaar werden ontblote tanden tegelijkertijd ook gezien als potentieel te verleidelijk. Getrouwde vrouwen maakten hun tanden daarom zelfs zwart, zodat ze zeker waren dat ze geen vreemde mannen zouden aantrekken!
In Europa wordt hardop lachen in het openbaar niet als ongepast gezien, maar het is wel beleefder om het in openbare ruimtes niet al te hard te doen. Het verbergen van je mond wordt echter meer gezien als een teken van verlegenheid of van het verbergen van je amusement, bijvoorbeeld als je om iets stouts aan het lachen zou zijn.