Wanneer Chinezen op één hand tellen, doen ze een vorm van rekenen. Ze kunnen op deze manier ook tot veel hoger dan 10 tellen, door hun vingers en duim te gebruiken voor verschillende eenheden:
De duim wordt gebruikt voor tienduizenden (10.000, 20.000 enzovoort)
De wijsvinger wordt gebruikt voor duizenden (1.000, 2.000, …)
De middelvinger telt honderden (100, 200, 300, …)
De ringvinger telt – nee, geen meervouden van tien, maar van twintig (20, 40, 60, 80…)
De pink telt enkele cijfers (1, 2, 3, 4, enzovoort)