Thaise monniken, ongeacht hun leeftijd (van 8 tot 80!) moeten altijd met eerbied worden behandeld. Als een monnik in de bus wil zitten, hoor je altijd je stoel voor hem op te geven en ruimte open te laten zodat hij niet te dichtbij je hoeft te zitten.
Vrouwen horen geen contact met monniken te hebben; anders zouden de monniken een reinigingsritueel moeten ondergaan. Als een vrouw iets aan een monnik wil geven, hoort ze dat te doen via een man, of de monnik kan een stukje van zijn gewaad uitstrekken, waar de vrouw het object dan op kan leggen. Anders kan ze het ook op de grond leggen.
Meestal schudden Thaise monniken niemand de hand.
Thaise monniken zijn makkelijk herkenbaar aan hun saffraan-gele gewaden.
Vroeger kwam het materiaal voor deze gewaden van de lijkwaden van de doden, die waren gewassen, geverfd met het sap van jak-vruchten en dan in een grot liggen gerijpt tot ze knal-oranje waren. De monniken droegen ze vervolgens tot de stof uit elkaar viel.